Over appels en peren

De ups en downs van een lingeriemadam

painting-63186_1920Vandaag is het Vrouwendag, en dat doet me wel iets. Omdat ik zelf een vrouw ben, wellicht. Maar vooral omdat ik beroepshalve veel vrouwen zie. Halfnaakte vrouwen dan nog. Die op zoek zijn naar een lingeriesetje waar ze zich goed in voelen, en tegelijk een stukje van hun ziel ontbloten.

En die eerste maanden dat halfnaakte vrouwen helpen mijn beroep was, was ik een beetje in shock. Niet dat ik zo preuts opgevoed ben. Het is de manier waarop vrouwen naar zichzelf kijken die me van mijn stuk bracht.

Laat de gemiddelde Vlaamse vrouw zich uitkleden in het zicht van een andere vrouw, en het éérste dat ze doet, is zich excuseren. Excuses voor de blubber op haar billen, de blankheid van haar huid, de kilo’s die bleven plakken na een bevalling, of de haartjes die niet op tijd weggeschoren, of weggewaxt zijn.

En bij elke verontschuldiging denk ik ‘huh?’ Want had ze er mij niet zelf op gewezen, ik had die blubber, kilo’s of haartjes niet eens opgemerkt. Omdat ik niet met een vergrootglas naar mijn klanten kijk, maar vooral omdat het in werkelijkheid zeer goed meevalt met die haartjes, en dat winter- of babyvet.

Keihard voor onszelf

Als ik de voorbije twee jaar één ding geleerd heb over vrouwen, is het wel dit: Vrouwen zijn kéihard voor zichzelf. Als een vrouw voor de spiegel staat, haalt ze zichzelf neer, en ziet ze alleen maar wat ze niet wil zien. Terwijl ik – als buitenstaander – alleen maar kan denken, ‘maar alléé, gij beseft niet hoe schoon gij zijt!’ Ik zou het soms willen zeggen, maar doe het niet, uit schrik dat ik raar zou overkomen.

En zélf ben ik geen haar beter. Als ik voor de spiegel sta – en ik heb geen superdag – dan zie ik brede heupen, een dikke poep, zakjes onder mijn ogen, en lijntjes die er een jaar of vijf geleden nog niet waren. In mijn hoofd ben ik dan een paar wandelende wallen, boven veel te brede heupen. Maar ik vergeet er wel bij te denken dat die heupen op schone benen staan, en dat de ogen die boven die wallen zitten, mij al gans mijn leven schone complimenten opleveren.

Want dát is het grote verschil tussen hoe we naar onszelf kijken of naar iemand anders. Als we naar een ander kijken, zien we een geheel, een persoon. En die kan dan misschien een dikke kont hebben, we zien ook schone ogen, een mooie lach, en een warme persoonlijkheid. Terwijl, als we naar onszelf kijken, delen we ons uiterlijk op in compartimentjes. Haar: te dun, ogen: çava wel, neus: kon wat kleiner, hals: heeft betere tijden gekend…

Leutig van plat water

We fileren onszelf met een vlijmscherp mes tot er niets anders meer overblijft dan zelfverachting. Omdat we niet goed genoeg zijn. Omdat we te weinig lijken op de ‘beste versie van onszelf’ die we allemaal denken te worden. Ooit, wanneer boerenkool lekkerder blijkt dan frietjes, en wanneer je van plat water even leutig wordt als van witte wijn. Maar vooral wanneer we plots niet meer hoeven te werken, niet meer uit ons bed moeten ’s nachts om kotsende kindjes te troosten, en dus alle tijd en energie hebben voor onze personal coach, die ons à la mädchen Klum weer in shape zal krijgen na vier kindertjes.

Maar voor het zover is, kunnen we misschien een beetje liever zijn voor onszelf. En onze wallen en dikke billen omarmen als een deel van wie we zijn: fantastische vrouwen met een stralende persoonlijkheid 🙂 Een pakketje eigenliefde, als cadeau voor Vrouwendag, zou dat niet schoon zijn?

unizo roadshow

credit: Unizo

Unizo heeft me eind oktober uitgenodigd om een van hun sprekers te zijn op hun Startersroadshow, een beurs waar mensen die dromen van hun eigen zaak nuttige tips and tricks kunnen sprokkelen.

Jullie moeten weten dat spreken voor een grote groep mensen echt niet mijn favoriete bezigheid is -ik was één van die kinders wiens stem al oversloeg bij het houden van een simpele spreekbeurt. Maar als zo’n vraag komt, kan je die onmogelijk negeren natuurlijk. Omdat het keigoede reclame is voor Eva’s Appel, maar vooral omdat ik nog geen twee jaar geleden zelf volop op zoek was naar verhalen en tips uit het leven gegrepen van de beginnende ondernemer. Vandaar dat ik mijn tips ook graag hier eens deel.

1. Pak uw telefoon en bel met ondernemers in uw branche

Ik zie mijzelf nog zitten met mijn tas thee, vastbesloten om eens aan mijn financieel plan te beginnen schrijven. Wie mijn doelgroep was, wist ik. Waar die mensen zo ongeveer woonden, of veel passeerden, ook. Maar hoeveel beha’s ik aan die doelgroep zou verkopen, per dag, per maand en per jaar. Pffffffffff, geen flauw idee. Braaf de tips volgend van instanties die het konden weten, had ik alle mogelijke statistiekjes van de Gentse bevolking opgevraagd. Maar ookal weet je hoeveel vrouwen er rondlopen in Gent binnen de leeftijds- en inkomenscategorie van jouw doelgroep, dan nog is het behoorlijk moeilijk om te ramen welke omzet je in je eerste jaar kan verwachten. Dus volgde ik mijn oude reflex van toen ik nog journalist was, en pakte mijn telefoon. Ik belde met lingeriemadammen die al heel lang, of net heel kort bezig waren, en ik legde hen de streefcijfers voor die ik moest behalen, met de vraag of die realistisch waren. Ik vroeg hen de kleren van het lijf. En amaai, dat heeft me zoveel meer geleerd dan statistiekjes. Dus, als je het niet meer weet, durf dan raad te vragen aan concullega’s. Niet die van om de hoek natuurlijk, maar die van een paar steden verder. Alle ondernemers zijn zelf ooit gestart en ze weten nog verdomd goed hoe spannend en onzeker dat was. Dus de meesten zullen je me plezier helpen.

2. Netwerk!

Deze tip sluit een beetje aan bij de vorige. Hoe spannend en leuk het leven als zelfstandige ook is, het kan bij momenten ook verdomd eenzaam zijn. Zeker als je de enige werknemer in je eigen bedrijf bent, en het een kalmere periode is. Zorg er dus voor dat je een netwerk hebt waarop je kan terugvallen als je het even niet meer weet en je graag eens wilt zagen (of een succes vieren natuurlijk) met mensen die weten hoe het voelt. Stel je voor bij de andere handelaars uit je buurt, schrijf je in bij een handelaarsvereniging, engageer je voor de organisatie van de braderie,…, en koop zelf zoveel mogelijk lokaal. Dat zal je geen windeieren leggen, geloof me.

3. Maak van een gigantische berg, een overzichtelijk stappenplan

Als je een zaak aan het oprichten bent, kom je wellicht ooit op het punt waarop je denkt dat je hoofd gaat ontploffen. Bij mij kwam dat moment zo’n 2,5 maanden voor de opening. Ik wilde collectie aankopen, maar ik had nog geen BTW-nummer, en op de dienst van de BTW wilden ze me dat nog niet geven, omdat het ‘te vroeg’ was. Uh? Ik moest collectie inkopen omdat ik anders geen gerief in mij winkel zou hebben, en een pand huren, omdat ik anders überhaupt geen winkel zou hebben, maar ik wist nog niet of ik mijn lening zou krijgen… Ik moest bepalen hoe ik mijn winkel zou inrichten, hoeveel budget ik aan wat zou geven, hoeveel beha’s ik zou aankopen, en in in welke maten, en mijn statuut zweefde intussen tussen dat van werknemer, langdurig zieke, en zelfstandige, en niemand die goed wist hoe ik dat juist moest regelen, zonder in mijn eigen vel te snijden… Ik keek op tegen een berg werk die zo gigantisch leek dat ik er ’s nacht van wakker werd, omdat ik dacht dat ik er nooit zou overgeraken. Tot we een groot blad op onze koelkast plakten en daarop alle dingen noteerden (zowel grote als kleine) die nog geregeld moesten worden voor de opening. Deel dat gigantische werk op in deeltaken die je rangschikt volgens urgentie, en zorg ervoor dat je elke dag iets kan afvinken, hoe klein ook. Dat werkt stimulerend.

4. Zorg voor een goede work-life balance

Ok, dit klinkt als een lol als je een zaak aan het opstarten bent, en het gevoel hebt dat een dag zowat 24 uur te weinig telt. Maar echt waar, het is super belangrijk. Als je in de opstart van je project zit, ben je daar zo door geobsedeerd, dat je niet kan stoppen met werken. Maar daardoor verwaarloos je niet alleen de mensen die je het liefste zien, op den duur zit je met je neus zo dicht op je zaak dat je de dingen niet meer helder ziet. Eens iets ontspannends doen zorgt er niet alleen voor dat je weer een fris hoofd hebt, je ziet de dingen ook weer meer vanop een afstand, wat goede inzichten en ideeën kan opleveren.

5. Laat je goed begeleiden

Hét fundament van een starter is een goed uitgebouwd businessplan. Vooral het financiële luik is niet simpel om uit te werken. Zelf heb ik mij daarvoor laten begeleiden bij Go4business van Unizo. En dat was zowat de beste beslissing ooit. Kort uitgelegd moet je in dat traject bekijken hoeveel geld je nodig hebt om je zaak op te starten, hoeveel je zelf nodig hebt om van te leven, en hoeveel omzet je moet draaien om die kosten te dekken. Op basis daarvan wordt er gekeken of je plannen al dan niet haalbaar zijn. Die oefening maken, zorgt ervoor dat je met een nuchtere en realistische blik naar je plannen kijkt. Plus, het feit dat je businessplan binnen het half jaar moet afgewerkt zijn, zorgt voor een stok achter de deur voor mensen die anders wat last hebben van uitstelgedrag (moi :)) Echt een aanrader!

cropped-ikke.jpg

En de A-, B-, C-, D-, F-, G- en H-cup evenmin.

Het overkomt me zowat dagelijks, dat ik klanten opmeet en hen een beha in de juiste maat geef, waarop ze me verontwaardigd aankijken. ‘Wààààààt? Ik? een E-cup? Ik heb helemaal geen E-cup. Ik heb nooit een E-cup gehad, en ik wil ook er helemaal geen. Een D misschien, met moeite. Maar een E-cup?! Ge zijt gij zot zeker.’

Nu, dat laatste zeggen ze er meestal niet bij. Maar ze denken het wel. Dat zie ik aan hun blik.

Dus voor die semi-verontwaardigde klanten, die denken dat ik hen grotere tieten wil aansmeren, wil ik eens iets duidelijk uitleggen: Dé E-cup bestaat niet. Net zo min als dé A-, B-, C-, D-, F-, G- en H-cup. Integendeel zelfs, een E kan perfect dezelfde grootte van cup hebben als een C.

Huh? Echt waar, ik maak je geen blazen wijs. Luister.

Om de juiste maat te bepalen in lingerie is namelijk niet alleen de letter van belang. Het cijfer is minstens even belangrijk. En het is de combinatie van het cijfer en de letter, die een maat bepalen.

Neem nu bijvoorbeeld twee beha’s met een letter C. Een vrouw met een Europese maat 85C heeft een pak grotere borsten dan iemand met een 70C. En iemand met een 75B heeft exact even grote borsten als het meisje met een 70C, alleen is die van de 75B haar rugomtrek iets breder. Mevrouw met de 85C heeft dan weer even grote borsten als een dame met een 75E. Maar mevrouw 75E haar bovenlichaam is wellicht slanker gebouwd dan dat van mevrouw 85C.

Kan je nog volgen?

Om de juiste behamaat te bepalen heb je namelijk twee omtrekmaten nodig. 1. De omtrekmaat gemeten vlak onder je boezem. 2. De omtrekmaat gemeten op het ruimste punt van je borsten.

Gemeten bij mezelf geeft dat bijvoorbeeld: 1. 80 centimeter 2. 100 centimeter.

Het cijfer in je behamaat wordt bepaald door de omtrekmaat onder je borst. Bij mij is dat dus 80, en de letter in je behamaat wordt bepaald door het verschil tussen de twee omtrekken die je gemeten hebt. Je moet die twee getallen van elkaar aftrekken (bij mij is dat dus 100-80=20) Dat verschil bepaalt de letter waaronder je valt. Die kan je gemakkelijk in een tabel opzoeken. Bijvoorbeeld hier. Zelf val ik in letter E, mijn behamaat is dus 80E. (*)

Nu je weet dat de letter bepaald wordt door het verschil van de omtrek gemeten bovenop de borsten en die gemeten onder de boezem, is het ook niet moeilijk om je voor te stellen dat iemand met een hele smalle taille al snel in een grote letter valt. Zo komt iemand met een omtrek onder de borst van 65 centimeter en een omtrek op de borst van 90 centimeter al snel uit in een letter G.

Veel jonge vrouwen vandaag zijn heel smal, maar hebben wel (door de vrouwelijke hormonen in het water en zo) een stevige boezem. Daardoor verkoop ik heel vaak beha’s in maten 65 of 70 E, F, of G. Je kan je wel voorstellen dat een meisje van 16 jaar die een F- of een G-cup krijgt voorgeschoteld niet meteen een vreugdedansje maakt. Toch is het belangrijk om daar vrede mee te nemen, want alleen een beha die de juiste maat heeft, kan voldoende steun geven.

Hoe komt het nu dat veel vrouwen jarenlang geloofd hebben dat ze een D-cup hadden, terwijl dat in werkelijkheid bijvoorbeeld een E blijkt te zijn? Veel vrouwen kopen de omtrek van hun beha’s te ruim. Zo zien we vaak dat iemand een omtrek heeft van bijvoorbeeld 70 centimeter, maar dat die al jaren beha’s draagt in 75D. Die vrouw is eigenlijk veel beter af met een 70E. 75D en 70E zijn zogenaamde ‘zustermaten’. Hun cups zijn exact even groot, maar de 70E valt 5 centimeter strakker op de rug dan de 75D. Aangezien zowat alle steun van je beha uit het rugpand komt (zoals je hier kan lezen), is het belangrijk dat je je omtrek strak genoeg neemt. En dat je dus vrede neemt met een grotere letter. Het zijn ook máár cijfers en letters he. Is het niet Zaki?

(*)Nu moet je wel een beetje opletten met die standaardtabellen, omdat een behamaat ook mee bepaald wordt door de vorm van je boezem. Zo worden borsten met ouder worden, en kindjes krijgen, etc., vaak iets breder van vorm. Daardoor moet je soms naar een grotere maat gaan. Maar daarvoor bestaan er dus lingeriespeciaalzaken he, om je daarbij te helpen 🙂

tanga-109155_1280‘Hallo, mevrouw. Verkoopte gij strings?’

‘Euh, natuurlijk meneer. Waarom?’

Een antwoord komt er niet. Wel een zwaar gehijg, waarop ik een beetje verbouwereerd de telefoon neerleg.

Een week later. Een man komt de winkel binnen. ‘Kan ik je helpen?‘, vraag ik beleefd. De man staat wat schaapachtig te lachen, en zegt dan ‘I love you‘. Rond hem staan drie klanten. Ik werk hem buiten met de boodschap dat ik het druk heb.

Rond sluitingstijd staat hij me op te wachten aan de deur. Ik vraag hem vriendelijk om me met rust te laten. ‘But i love you! I love you!‘, roept hij voor de hele straat. Pas als ik dreig de politie te bellen, beseft hij dat de liefde misschien toch niet wederzijds is…

Toen ik een jaar geleden met een lingeriewinkel begon, had ik me goed voorbereid. Ik bestudeerde de markt en mijn doelgroep. En ik belde regelmatig met lingeriemadammen uit heel Vlaanderen, die mij goede raad gaven bij het opstarten van mijn zaak. Maar voor één fenomeen waren zij mij vergeten te waarschuwen: De groep mannen die schijnbaar kickt op lingeriewinkels, of hun uitbaters. Of op allebei, ik weet het niet.

Dat het fenomeen bestaat, ondervond ik al snel. Ik denk dat ik hooguit een week of twee open was, toen een man met een rood aangelopen hoofd de winkel binnenkwam en mij strak aankeek. Zijn blik zakte meteen naar mijn boezem. Stotterend smeet hij het eruit. ‘Ik hou van borsten. Ik vind dat zo mooi om naar te kijken.‘ Opgelucht draaide hij zich om en wandelde naar buiten.

‘Dag meneer!

Niet dat het hier elke week een freakshow is, god sta mij bij. Maar af en toe is het prijs. Meestal een paar keer kort na elkaar, want freaks komen in vlagen. Dat heb ik intussen geleerd.

Dé klassieker is de viespeuk die zogezegd iets komt zoeken voor zijn vrouw. Vaak heeft hij zelfs zijn huiswerk gemaakt, en een oude beha van thuis meegegrist. Maar als ik dan mogelijke cadeaus begin voor te stellen, heeft hij totaal geen oog voor de lingerie. Maar komt hij wel zeer onbehaaglijk dichtbij staan, om dan schunnigheden uit te kramen. ‘Ik ben nogal een pervert.’ Grijns.

Op twee staat de man die zogezegd op zoek is naar een setje voor zichzelf, totaal geen interesse toont voor de lingerie in de winkel, maar toch wel héél graag zou hebben dat ik hem in het paskotje eens opmeet. ‘Want ik moet mijn maat toch kennen, mevrouw.’

Dat een lingeriewinkel binnenstappen en iemand direct aanspreken effect heeft op iemands hormonen, daar kan ik mij -met heel veel moeite- nog iéts bij voorstellen. Maar helemaal zot worden door eens naar een lingeriewinkel te telefoneren? En, zoals mijn anonieme beller, compleet door je dak gaan door alleen maar het woord string uit te spreken? In 2017 godbetert – bijna twee decennia na de uitvinding van het internet…

De volgende keer dat mijn hijger mij opbelt, moet ik hem toch dringend eens vertellen dat de string al een tijdje uit de mode is. Hoge tailleslips en bomma-onderbroeken zijn momenteel hét van hét. Benieuwd of dat evenveel tot de verbeelding spreekt…

 

*Voor alle duidelijkheid: De meeste mannen die hier over de vloer komen zijn schatjes, die écht op zoek zijn naar een mooi cadeau voor hun liefste of henzelf. Gelukkig maar!

Munt

Dé lingeriekleur van dit seizoen is muntgroen. De kleur past volledig binnen de pastelrage van het moment. En toch is het een kleurtje met pit. Want groene lingerie heeft altijd iets speciaals. Het is een kleur voor durvers.

EN-VOGUE-SWEET-MINT-HALF-CUP-BRA-C4-BOXER-SHORTS-K10-CONSUMER-WEB-SS17

Huit

Oranje

De lingerie-ontwerpers zijn dit seizoen ver weggebleven van de veilige basiskleurtjes, want naast groen zit er dit seizoen ook veel oranje in de collecties. Sommigen gaan voor knaloranje (zoals bij deze beugelloze beha van Simone Pérèle) maar andere merken pakken het subtieler aan door aan hét klassieke lingeriekleur rood een oranje tint mee te geven.

SP_PE17_PLV_700x1000_RVB_3

Simone Pérèle

Poederroze

Huidskleurige lingerie is van alle tijden. Maar ze heeft haar reputatie niet echt mee: Huidskleur is of voor bomma’s, of voor gelegenheden die echt geen doorkijk verdragen (bijvoorbeeld onder de wit linnen broek)

Maar de laatste jaren is huidskleur aan een revival toe, en vind je in lingerie huidskleuren die ook écht mooi zijn, én mooi klinken. Denk aan poederroze of goudbeige. Ze zijn ideaal voor een breekbare, sensuele uitstraling. En ze passen volledig binnen de nude-rage.

roze

Slip Implicite

Tropisch

De badmodemerken voeren ons dit jaar naar hagelwitte stranden, waar de kokosnoten je voor de voeten vallen. Want een van dé trends dit jaar is tropisch. Denk aan prints met palmbladeren of exotische veren. Het liefst in felle kleuren, want dat contrasteert goed met een gebruinde huid. (aan zij die dit laatste nooit zullen bereiken: ik begrijp uw frustratie. Maar misschien is de volgende trend wel iets voor u)

panache swim

Panache

Gebatikt

Een trend die ons terug naar de jaren negentig voert, toen het hip was om uw T-shirt vol knopen te laten trekken in een bad verf. Ik geef toe, dat klinkt niet meteen sexy. Maar gebatikt 2.0 is het wel. Zo hebben zowel Freya als Rosa Faia een stoere, gebatikte bikini in hun collectie. En beide merken kiezen voor donkerblauw met een witte batik-print.

bikini anita

Rosa Faia

CRAZY-FEVER-MALIBU-BLUE-TRAINGLE-BRA-57-LOW-WAISTED-BRIEF-304-CONSUMER-WEB-SS17

Foto Huit

Omdat het nog steeds Badmodeweek is bij Eva’s Appel, geven wij graag nog enkele tips om je bikini of badpak goed te verzorgen. Dat is nodig want jouw favoriete badkostuum wordt bedreigd. Door liefst vijf vijanden dan nog 🙂

Gelukkig lees je er hier alles over.

1. Vijand nummer 1 van je nieuwe bikini is chloor. Chloor houdt het water dan wel proper, jouw bikini houdt er niet van omdat zijn stof erdoor wordt aangetast. Denk er dus aan om je bikini na het zwemmen ALTIJD uit te spoelen met helder water.

2. Niets zo zalig als na het zwemmen de vieze chloorgeur uit je haren te wassen met lekker veel geurende shampoo. Maar jouw bikini is minder zot van shampoo, want die bevat bestanddelen die de stof van je badpak aantasten. Dus: was je haren pas thuis, of spoel nadien na met helder water.

3. Slimme meiden smeren zich goed in voor ze gaan zonnen. Maar zonnecrème kan wel plekken achterlaten op je badgoed. Smeer je daarom een half uurtje op voorhand in, zodat de crème goed kan intrekken voor je je badkostuum aandoet. Of smeer voorzichtig!

4. Na het zwemmen wil je je bikini zo snel mogelijk droog, en dan is het verleidelijk om hem in de volle zon te leggen. Slecht plan, want de zon zal het rekbare elastaan in je badgoed aantasten. Ook de droogkast is uit den boze. Leg je badpak of bikini in de schaduw, want badkledij droogt sowieso snel. Leg je badpak ook plat, zodat het niet kan uitrekken.

5. Glijbanen, buizen en betonnen randen. Zij doen jouw bikini verslijten door hun ruwe randen! Kies dus niet voor je splinternieuwe bikini om mee met je kroost naar Center Parcs te gaan, of leg een handdoek onder jou!

Op zaterdag 1 april en zondag 2 april krijg je 10 procent korting op alle badmode bij Eva’s Appel. Zondag 2 april open van 13 tot 18 uur.

Luidkeels verkondigen dat het milieu naar de kloten gaat, maar tegelijk zelf met een vervuilende diesel rijden. Geloven dat wereld gebaat is bij minder vleesconsumptie, maar zelf geen afstand kunnen doen van varkenshaas en prepare… Denken en doen liggen vaak mijlenver uit elkaar, en daar ben ik zelf een mooi voorbeeld van. Maar ik ga mijn leven beteren, en wel vandaag! Beginnen doe ik met vlees. Of zonder.

pig-1639583_1280

 

Een hele dag was ik aan het twijfelen eergisteren. Zou ik? Zou ik kijken? Of toch beter niet?

Ik wist dat kijken gevolgen zou hebben. Dat door het walgelijke slachthuisfilmpje de alarmbellen die al jaren in mijn hoofd luiden, zich niet langer zouden laten negeren.

Ik keek niet eergisteren.

Maar mijn man deed dat duidelijk wel. ‘Ik eet geen varkens meer’, was het eerste wat hij zei toen ik thuiskwam. ‘Ok’, antwoordde ik. ‘Maar denk je dat het met de meeste kippen of koeien beter gesteld is?’ ‘Neen’, gaf hij toe. Daarmee viel ook mijn laatste argument om nog vlees te eten – mijn man gaat een vegetarische levensstijl niet zien zitten – weg.

Ik bén vegetariër geweest. Toen ik halfweg de twintig was heb ik anderhalf jaar geen vlees of vis gegeten (die paar frituursnacks toen ik behoorlijk beschonken was, niet meegeteld). Aanleiding daarvoor was ‘Eating animals’ van Jonathan Safran Foer. In dat -fantastisch geschreven- boek legt Safran Foer haarfijn uit hoe de vleesindustrie in elkaar zit. Hoe wij constant miljoenen dieren kunstmatig verwekken, om ze in verschrikkelijke omstandigheden zo snel mogelijk vet te mesten, om ze dan – in even verschrikkelijke omstandigheden – te transformeren tot paté en worstjes.

Halfweg het boek had ik geen honger meer naar dieren. Wat volgde waren achttien vleesloze maanden vol groenten, waarin ik -die paar zatte frikadellen even vergetend- vlees amper gemist heb.

Lekker geitje

Na dat anderhalf jaar mocht ik voor mijn werk een week naar Congo. En daar ben ik door de knieën gegaan voor een stukje geit. Omdat het mij ten zeerste afgeraden werd om daar rauwe groenten te eten, waren mijn eetopties al behoorlijk beperkt. Bovendien wilde ik de mensen niet schofferen die met zoveel liefde voor ons kookten. Dat geitje heeft toen zodanig gesmaakt, dat bij thuiskomst de vleesregels wat losser werden.

Sindsdien ben ik flexitariër. Thuis proberen we minstens twee dagen per week volledig vleesloos te eten. De andere dagen eten we vlees of vis. Ik probeer daarbij op labels en herkomst te letten. Kippen koop ik alleen bio, en vis moet uit de Noordzee komen. Maar het gehakt voor mijn ballekes, of de varkenshaasjes die we zo graag eten met champignonsaus, die komen gewoon van het ‘gewone’ vleesschap van den Delhaize. En dus met een beetje pech uit een Tielts slachthuis, waar een medewerker zijn dag niet had. Of uit een ander slachthuis, waar ze er ook duizenden varkens op een dag moeten doordraaien. En voor ze geslacht werden, kwamen ze wellicht uit een kwekerij waar de varkens op elkaar gepakt staan als waren ze sardienen.

En ik wéééét dat. Natuurlijk weet ik dat. Ik weet dat al sinds ik ‘Eating animals’ heb gelezen, en toch draai ik ballekes gekapt. Omdat soep met ballekes zo lekker is.

piglet-11247_1920.jpgVanmorgen heb ik wél gekeken naar het filmpje. Halfweg heb ik het gestopt omdat het mij deed kokhalzen.

Maar het heeft mij wel doen inzien dat die tegenstrijdigheid tussen denken en doen, niet langer vol te houden is.

En dus gaan we vanaf nu voor vleesloos.

Voor de volle honderd procent?

Zo goed als. Eten weigeren als we ergens uitgenodigd worden, vind ik lastig. Bovendien heb ik ook niet altijd zin in de eindeloze discussies die daar meestal op volgen. En ook mijn zoontje van twee wil ik af en toe nog iets van vlees of vis voorschotelen. Ik weet dat veel mensen hun kinderen volledig vegetarisch grootbrengen, maar ik zou me toch steeds afvragen of hij echt niets mist.

Terwijl we nu meestal ‘gewoon’ eten, en af en toe vegetarisch. Zou ik dat graag omdraaien, en evolueren naar een voornamelijk vegetarische levensstijl, met af en toe een stukje vis of vlees. Door ons vleesverbruik zo hard terug te schroeven kunnen we het ons dan ook permitteren om alleen te gaan voor vlees dat op een duurzame manier is opgekweekt. En dat -volledig terecht- een pak meer kost.

Dat zou al een mooi begin zijn… Voor onze gezondheid, het milieu, én voor de dieren die voor ons sterven.

 

Heb je praktische of lekkere tips voor een zo-goed-als-vegetarisch-gezin, laat het dan zeker weten!

Voor wie het bewuste filmpje zelf wil zien, dat kan hier.

 

 

 

 

 

 

gent dampoortstraat marieke eva's appel winkel interieur

Foto: Jula

Het eerste jaar Eva’s Appel is achter de rug. En wat een knettergek jaar is het geweest! Als er één ding vaststaat na dit jaar is dat het leven van een kersverse zelfstandige er één is van pieken en dalen. Van extreme vreugde en pure wanhoop, soms gebundeld in slechts 24 uur. Ziehier: de vijf mooiste en slechtste momenten van één jaar Eva’s Appel.

♥1 De openingsreceptie, die ik bewust heel klein heb gehouden omdat de controlefreak in mij gek werd bij de gedachte aan veel volk op mijn splinternieuwe parket.  Zoals het bij een opening verwacht wordt, moest ik speechen. En dat ging grondig fout. Door de opgestapelde stress en vermoeidheid begon ik al te janken toen ik mijn huisbazen aan het bedanken was. En toen moesten mijn pepe en mijn man nog komen… Beetje schaamtelijk, maar wel heel hartverwarmend om alle mensen die ik graag zie, samen te zien in mijn winkel. Míjn winkel, Oh my god!!!

⊗1 De eerste dag dat er echt niémand naar mijn winkel kwam. Al die mensen met borsten in Gent, en toch was er niemand die die dag een behaatje nodig had. Ik voelde me eenzaam en mislukt, en had een glas wijn nodig toen ik thuiskwam. Gelukkig waren er de dag nadien wel boezems die mijn steun nodig hadden.

♥2 De eerste keer geen kwartier op mijn gat kunnen zitten omdat het zo druk was. En dan na een hele dag zweten, en glimlachen, en bandjes goedzetten, en babbelkes slaan, mijn kont in de zetel smijten, voeten in de lucht, en tegen mijne vent zeggen met de grootste smile die er is ‘Dat komt hier helemaal goed, jong!’

⊗2 De dag dat mijn buurman binnenkwam met de melding dat zijn beerput vol zat. ‘Oei, dat is ambetant voor jullie‘, zei ik meelevend. ‘Het deksel van de beerput zit in uw winkel‘, antwoordde buurman. Toen heb ik drie dagen extreem veel Ambre Pur gebruikt. Maar ook dat waait over.

winkel-oud

De winkel twee maanden voor de opening.

♥3 De klant die met angst in de ogen de winkel binnenkwam en het eerste wat ze zei was ‘Ik haat lingerie passen. Het is een trauma van toen ik jong was, en ik met mijn moeder naar oude lingeriedames moest.’ En dat diezelfde klant na een half uur opmerkte ‘Dat is hier de max! Ik kom zeker terug, en ik breng een vriendin mee.‘ Een egostreeltje noem ik dat.

⊗3 Toen we om drie uur ’s nachts werden gewekt omdat het alarm afging, en mijn man een patrouille flikken optrommelde aan de Dampoort om samen te gaan kijken. Vanuit mijn bed zag ik live op mijn iPhone hoe die stoere mannen mijn winkel binnenstormden op zoek naar dieven. ’t Was gelukkig loos alarm, Proximus had een update doorgevoerd. Plezante jongens, die van Proximus.

♥4 Mijn huisbaas die geheel onverwacht de winkel binnenkwam met versgebakken cake. ‘Hier meiske voor bij de koffie. ’t Is met bosbessen, ik hoop dat je dat lust.‘ Megalekker! Megahuisbaas!

⊗4 Die keer dat iemand zeer enthousiast alles kwam passen wat in mijn winkel hing, en keuze had uit zeker tien setjes die haar beeldig stonden. Om dan te besluiten: ‘Ik ga er eens over nadenken. Kan je eens voor mij opschrijven in welk merk ik welke maat heb?

Kijk, ik doe mijn job doodgraag, en ik heb álle geduld van de wereld. Maar iemand die ongegeneerd eerst advies komt inwinnen om dan het internet af te schuimen om te checken of er toch niet érgens een euro korting te vinden valt, daar word ik nog geen klein beetje slechtgezind van…

winkel.jpg

De winkel twee dagen voor de opening. Ondertussen is het er wel wat ‘voller’.

♥5 Alle dagen dat hier mensen uit een ver of recent verleden heel onverwacht binnenvielen. Zo is er de groottante van bijna tachtig die ik al in jaren niet meer gezien had, en die ook niet meer zo mobiel is, maar die er op stond dat ze ‘ons Marieke’ eens moest steunen. Of vriendinnetjes uit de lagere school die iets gelezen hadden in de krant over mijn winkel, en die mij bloemetjes kwamen brengen. Of mijn schoonzus die met haar collega’s van de andere kant van Vlaanderen naar Gent spoorde om hier beha’s te kopen. Of de ex-collega die samen met zijn vriendin een dagje Gent plande om hier te kunnen langskomen… Al die mensen die zoveel moeite gedaan hebben om mij te steunen. Dat doet zo -ongelooflijk- veel deugd.

⊗5 De dag dat het vakantiegeld van mijn man gestort werd. Dan denk je toch even, ‘Dju, dat was toch een van de betere kanten van het werknemersbestaan’. 

Idem voor de dag dat hij zijn dertiende maand kreeg…

 

Het voorbije jaar heeft heel wat moodswings geteld. Maar mocht ik een jaar geleden geweten hebben wat ik vandaag weet, ik had dit zonder twijfel opnieuw gedaan. Op naar jaar twee!

img_58022Januari, in geen enkele andere maand van het jaar worden zoveel fitnessabonnementen verkocht. In de eerste maand van het jaar geloven we nog massaal in een mooiere, gezondere, en sportievere versie van onszelf. Maar een snelle blik op de lopers langs de Watersportbaan leert al snel dat menig boezem kreunt onder al die sportieve aspiraties.

Volgens recent onderzoek gaan borsten zo’n zeven centimeter op en neer tijdens het lopen. Wanneer borsten te veel bewegen kan er beschadiging aan het weefsel ontstaan, en dat is nefast voor de stevigheid van je boezem. Je mag dan wel een strakkere kont krijgen van al dat lopen, als je borsten elke week wat dichter naar je navel toe kruipen, geeft dat toch ook geen zie-me-gaan-wat-ben-ik-toch-goed-bezig-gevoel.

Dé oplossing: je boezem goed ondersteunen.

Een ‘gewone’ beha volstaat daarvoor niet. Uit onderzoek is immers gebleken dat een gewone beha de schokken tijdens het sporten maar 20 tot 30 procent vermindert. Bovendien is die gewone lingerie niet gemaakt uit ademende materialen, en raakt de stof van jouw mooie lingerie aangetast door je zweet.

Ook twee beha’s volstaan niet ;). Ooit had ik een klant die me opbiechtte dat ze een tijdlang was gaan lopen met twee beha’s over elkaar. Maar ze moest zelf ook toegeven dat dat niet ideaal was…

Een sporttopje kan wel wat steun geven, maar dat geldt dan vooral voor sporten waarin je geen bruuske bewegingen maakt zoals yoga of tai-chi. Voor intensere sporten, zoals lopen, boksen, fitness,… is het superbelangrijk om te investeren in een goede sportbeha, die de schokken tijdens het sporten tot 80 procent kan verminderen.

5521_1627_006_bis12-2016__comp

 

Een goed sportbeha herken je aan:

*Brede en zachte schouderbandjes: Doordat de bandjes wat breder zijn wordt het gewicht van de boezem gelijkmatig verdeeld, en geeft je sportbeha meer steun.

*Een breed rugpand met verschillende rijen haakjes. Hoe breder het rugpand, hoe steviger de beha. Het rugpand moet goed aansluiten, maar je moet er toch nog twee vingers kunnen ondersteken. Anders wordt het oncomfortabel. Vrij kunnen ademen, is behoorlijk essentieel voor een sporter.

*Een goede sportbeha is gemaakt uit een ademend materiaal, dat snel droogt en slijtvast is.

*Kies een sportbeha met platte naden. Er mogen geen naden aan de binnenkant van de cups lopen, en zeker niet ter hoogte van de tepels. Het laatste dat je wilt terwijl je op een loopband staat, is dat de hele fitness merkt dat het kriebelt op een vreemde plaats.

*Jouw sportbeha kan beugels hebben of beugelloos zijn. Dat hangt een beetje af van wat je verkiest. Het Duitse Anita bijvoorbeeld heeft fantastische beugelloze sportbeha’s die licht zijn en toch veel steun geven. Andere verkiezen misschien het volledig ingekapselde gevoel van bijvoorbeeld een Panache mét beugels.

*Zoals bij alle beha’s is het superbelangrijk dat je de juiste maat koopt. Ben je niet zo zeker van je maat? Of is het lang geleden dat je je maat liet opmeten? Dan koop je best je beha in een gespecialiseerde winkel. Dan ben je zeker dat je naar huis gaat met een sportbeha die perfect past.

*Doe zeker de paskottest om te zien of een model voldoende steun geeft voor jou. Spring eens goed in het rond en kijk of alles goed blijft zitten. Beetje vreemd? Geen nood, wij zien hier wel vreemdere dingen 😉

panache

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1Zet een technologie-bolleboos en een creatieve geest samen, en je krijgt speciale vonken. Pieter Coussement is gefascineerd door moderne technieken als lasercutten en 3D-printen, Marijke Heyvaert zet graag haar creatieve kronkels op papier. Samen vormen ze Myxiplyxi: een juwelenmerk met een visie, en een heel herkenbare stijl.

Zo hebben al hun gelasercutte oorbellen de vorm van een langgerekte ruit. ‘We maken die uit HPL (high pressure laminate)’, zegt Pieter. ‘En die HPL moeten we maar zelden aankopen. Meestal vinden wat we nodig hebben in de afvalcontainers van keukenfabrikanten.’

HPL wordt namelijk vooral gebruikt voor de bekleding van keukenkasten. ‘Doordat we met de restjes werken zijn onze juwelen ecologisch verantwoord gemaakt. Bovendien proberen we bij het lasercutten zo weinig mogelijk materiaal te verspillen, vandaar ook de vorm van de ruit. Die kan je ‘proper’ uitsnijden, zonder al te veel afval.’3De ontwerpen van de juwelen komen voort uit de droedels van Marijke Heyvaert. ‘Ik amuseer mij met schetsen op papier. Als ik een mooi ontwerp klaar heb, bekijkt Pieter of we dat ook op de computer kunnen maken.’

Naast de gelasercutte HPL-oorbellen die in zes kleuren te verkrijgen zijn, maken Pieter en Marijke ook oorbellen die ze printen, 3D-geprinte vazen, armbanden uit oude fietsbanden, en een gelasercutte houten clutch.

Tot nog toe waren de juwelen van Myxiplyxi enkel te koop via hun webshop. Maar vanaf deze week liggen ze ook in Eva’s Appel in de Dampoortstraat. Daar zijn ze te bewonderen tijdens een pop-up die duurt tot aan Valentijn.

2