Over appels en peren

De ups en downs van een lingeriemadam

CRAZY-FEVER-MALIBU-BLUE-TRAINGLE-BRA-57-LOW-WAISTED-BRIEF-304-CONSUMER-WEB-SS17

Foto Huit

Omdat het nog steeds Badmodeweek is bij Eva’s Appel, geven wij graag nog enkele tips om je bikini of badpak goed te verzorgen. Dat is nodig want jouw favoriete badkostuum wordt bedreigd. Door liefst vijf vijanden dan nog 🙂

Gelukkig lees je er hier alles over.

1. Vijand nummer 1 van je nieuwe bikini is chloor. Chloor houdt het water dan wel proper, jouw bikini houdt er niet van omdat zijn stof erdoor wordt aangetast. Denk er dus aan om je bikini na het zwemmen ALTIJD uit te spoelen met helder water.

2. Niets zo zalig als na het zwemmen de vieze chloorgeur uit je haren te wassen met lekker veel geurende shampoo. Maar jouw bikini is minder zot van shampoo, want die bevat bestanddelen die de stof van je badpak aantasten. Dus: was je haren pas thuis, of spoel nadien na met helder water.

3. Slimme meiden smeren zich goed in voor ze gaan zonnen. Maar zonnecrème kan wel plekken achterlaten op je badgoed. Smeer je daarom een half uurtje op voorhand in, zodat de crème goed kan intrekken voor je je badkostuum aandoet. Of smeer voorzichtig!

4. Na het zwemmen wil je je bikini zo snel mogelijk droog, en dan is het verleidelijk om hem in de volle zon te leggen. Slecht plan, want de zon zal het rekbare elastaan in je badgoed aantasten. Ook de droogkast is uit den boze. Leg je badpak of bikini in de schaduw, want badkledij droogt sowieso snel. Leg je badpak ook plat, zodat het niet kan uitrekken.

5. Glijbanen, buizen en betonnen randen. Zij doen jouw bikini verslijten door hun ruwe randen! Kies dus niet voor je splinternieuwe bikini om mee met je kroost naar Center Parcs te gaan, of leg een handdoek onder jou!

Op zaterdag 1 april en zondag 2 april krijg je 10 procent korting op alle badmode bij Eva’s Appel. Zondag 2 april open van 13 tot 18 uur.

Luidkeels verkondigen dat het milieu naar de kloten gaat, maar tegelijk zelf met een vervuilende diesel rijden. Geloven dat wereld gebaat is bij minder vleesconsumptie, maar zelf geen afstand kunnen doen van varkenshaas en prepare… Denken en doen liggen vaak mijlenver uit elkaar, en daar ben ik zelf een mooi voorbeeld van. Maar ik ga mijn leven beteren, en wel vandaag! Beginnen doe ik met vlees. Of zonder.

pig-1639583_1280

 

Een hele dag was ik aan het twijfelen eergisteren. Zou ik? Zou ik kijken? Of toch beter niet?

Ik wist dat kijken gevolgen zou hebben. Dat door het walgelijke slachthuisfilmpje de alarmbellen die al jaren in mijn hoofd luiden, zich niet langer zouden laten negeren.

Ik keek niet eergisteren.

Maar mijn man deed dat duidelijk wel. ‘Ik eet geen varkens meer’, was het eerste wat hij zei toen ik thuiskwam. ‘Ok’, antwoordde ik. ‘Maar denk je dat het met de meeste kippen of koeien beter gesteld is?’ ‘Neen’, gaf hij toe. Daarmee viel ook mijn laatste argument om nog vlees te eten – mijn man gaat een vegetarische levensstijl niet zien zitten – weg.

Ik bén vegetariër geweest. Toen ik halfweg de twintig was heb ik anderhalf jaar geen vlees of vis gegeten (die paar frituursnacks toen ik behoorlijk beschonken was, niet meegeteld). Aanleiding daarvoor was ‘Eating animals’ van Jonathan Safran Foer. In dat -fantastisch geschreven- boek legt Safran Foer haarfijn uit hoe de vleesindustrie in elkaar zit. Hoe wij constant miljoenen dieren kunstmatig verwekken, om ze in verschrikkelijke omstandigheden zo snel mogelijk vet te mesten, om ze dan – in even verschrikkelijke omstandigheden – te transformeren tot paté en worstjes.

Halfweg het boek had ik geen honger meer naar dieren. Wat volgde waren achttien vleesloze maanden vol groenten, waarin ik -die paar zatte frikadellen even vergetend- vlees amper gemist heb.

Lekker geitje

Na dat anderhalf jaar mocht ik voor mijn werk een week naar Congo. En daar ben ik door de knieën gegaan voor een stukje geit. Omdat het mij ten zeerste afgeraden werd om daar rauwe groenten te eten, waren mijn eetopties al behoorlijk beperkt. Bovendien wilde ik de mensen niet schofferen die met zoveel liefde voor ons kookten. Dat geitje heeft toen zodanig gesmaakt, dat bij thuiskomst de vleesregels wat losser werden.

Sindsdien ben ik flexitariër. Thuis proberen we minstens twee dagen per week volledig vleesloos te eten. De andere dagen eten we vlees of vis. Ik probeer daarbij op labels en herkomst te letten. Kippen koop ik alleen bio, en vis moet uit de Noordzee komen. Maar het gehakt voor mijn ballekes, of de varkenshaasjes die we zo graag eten met champignonsaus, die komen gewoon van het ‘gewone’ vleesschap van den Delhaize. En dus met een beetje pech uit een Tielts slachthuis, waar een medewerker zijn dag niet had. Of uit een ander slachthuis, waar ze er ook duizenden varkens op een dag moeten doordraaien. En voor ze geslacht werden, kwamen ze wellicht uit een kwekerij waar de varkens op elkaar gepakt staan als waren ze sardienen.

En ik wéééét dat. Natuurlijk weet ik dat. Ik weet dat al sinds ik ‘Eating animals’ heb gelezen, en toch draai ik ballekes gekapt. Omdat soep met ballekes zo lekker is.

piglet-11247_1920.jpgVanmorgen heb ik wél gekeken naar het filmpje. Halfweg heb ik het gestopt omdat het mij deed kokhalzen.

Maar het heeft mij wel doen inzien dat die tegenstrijdigheid tussen denken en doen, niet langer vol te houden is.

En dus gaan we vanaf nu voor vleesloos.

Voor de volle honderd procent?

Zo goed als. Eten weigeren als we ergens uitgenodigd worden, vind ik lastig. Bovendien heb ik ook niet altijd zin in de eindeloze discussies die daar meestal op volgen. En ook mijn zoontje van twee wil ik af en toe nog iets van vlees of vis voorschotelen. Ik weet dat veel mensen hun kinderen volledig vegetarisch grootbrengen, maar ik zou me toch steeds afvragen of hij echt niets mist.

Terwijl we nu meestal ‘gewoon’ eten, en af en toe vegetarisch. Zou ik dat graag omdraaien, en evolueren naar een voornamelijk vegetarische levensstijl, met af en toe een stukje vis of vlees. Door ons vleesverbruik zo hard terug te schroeven kunnen we het ons dan ook permitteren om alleen te gaan voor vlees dat op een duurzame manier is opgekweekt. En dat -volledig terecht- een pak meer kost.

Dat zou al een mooi begin zijn… Voor onze gezondheid, het milieu, én voor de dieren die voor ons sterven.

 

Heb je praktische of lekkere tips voor een zo-goed-als-vegetarisch-gezin, laat het dan zeker weten!

Voor wie het bewuste filmpje zelf wil zien, dat kan hier.

 

 

 

 

 

 

gent dampoortstraat marieke eva's appel winkel interieur

Foto: Jula

Het eerste jaar Eva’s Appel is achter de rug. En wat een knettergek jaar is het geweest! Als er één ding vaststaat na dit jaar is dat het leven van een kersverse zelfstandige er één is van pieken en dalen. Van extreme vreugde en pure wanhoop, soms gebundeld in slechts 24 uur. Ziehier: de vijf mooiste en slechtste momenten van één jaar Eva’s Appel.

♥1 De openingsreceptie, die ik bewust heel klein heb gehouden omdat de controlefreak in mij gek werd bij de gedachte aan veel volk op mijn splinternieuwe parket.  Zoals het bij een opening verwacht wordt, moest ik speechen. En dat ging grondig fout. Door de opgestapelde stress en vermoeidheid begon ik al te janken toen ik mijn huisbazen aan het bedanken was. En toen moesten mijn pepe en mijn man nog komen… Beetje schaamtelijk, maar wel heel hartverwarmend om alle mensen die ik graag zie, samen te zien in mijn winkel. Míjn winkel, Oh my god!!!

⊗1 De eerste dag dat er echt niémand naar mijn winkel kwam. Al die mensen met borsten in Gent, en toch was er niemand die die dag een behaatje nodig had. Ik voelde me eenzaam en mislukt, en had een glas wijn nodig toen ik thuiskwam. Gelukkig waren er de dag nadien wel boezems die mijn steun nodig hadden.

♥2 De eerste keer geen kwartier op mijn gat kunnen zitten omdat het zo druk was. En dan na een hele dag zweten, en glimlachen, en bandjes goedzetten, en babbelkes slaan, mijn kont in de zetel smijten, voeten in de lucht, en tegen mijne vent zeggen met de grootste smile die er is ‘Dat komt hier helemaal goed, jong!’

⊗2 De dag dat mijn buurman binnenkwam met de melding dat zijn beerput vol zat. ‘Oei, dat is ambetant voor jullie‘, zei ik meelevend. ‘Het deksel van de beerput zit in uw winkel‘, antwoordde buurman. Toen heb ik drie dagen extreem veel Ambre Pur gebruikt. Maar ook dat waait over.

winkel-oud

De winkel twee maanden voor de opening.

♥3 De klant die met angst in de ogen de winkel binnenkwam en het eerste wat ze zei was ‘Ik haat lingerie passen. Het is een trauma van toen ik jong was, en ik met mijn moeder naar oude lingeriedames moest.’ En dat diezelfde klant na een half uur opmerkte ‘Dat is hier de max! Ik kom zeker terug, en ik breng een vriendin mee.‘ Een egostreeltje noem ik dat.

⊗3 Toen we om drie uur ’s nachts werden gewekt omdat het alarm afging, en mijn man een patrouille flikken optrommelde aan de Dampoort om samen te gaan kijken. Vanuit mijn bed zag ik live op mijn iPhone hoe die stoere mannen mijn winkel binnenstormden op zoek naar dieven. ’t Was gelukkig loos alarm, Proximus had een update doorgevoerd. Plezante jongens, die van Proximus.

♥4 Mijn huisbaas die geheel onverwacht de winkel binnenkwam met versgebakken cake. ‘Hier meiske voor bij de koffie. ’t Is met bosbessen, ik hoop dat je dat lust.‘ Megalekker! Megahuisbaas!

⊗4 Die keer dat iemand zeer enthousiast alles kwam passen wat in mijn winkel hing, en keuze had uit zeker tien setjes die haar beeldig stonden. Om dan te besluiten: ‘Ik ga er eens over nadenken. Kan je eens voor mij opschrijven in welk merk ik welke maat heb?

Kijk, ik doe mijn job doodgraag, en ik heb álle geduld van de wereld. Maar iemand die ongegeneerd eerst advies komt inwinnen om dan het internet af te schuimen om te checken of er toch niet érgens een euro korting te vinden valt, daar word ik nog geen klein beetje slechtgezind van…

winkel.jpg

De winkel twee dagen voor de opening. Ondertussen is het er wel wat ‘voller’.

♥5 Alle dagen dat hier mensen uit een ver of recent verleden heel onverwacht binnenvielen. Zo is er de groottante van bijna tachtig die ik al in jaren niet meer gezien had, en die ook niet meer zo mobiel is, maar die er op stond dat ze ‘ons Marieke’ eens moest steunen. Of vriendinnetjes uit de lagere school die iets gelezen hadden in de krant over mijn winkel, en die mij bloemetjes kwamen brengen. Of mijn schoonzus die met haar collega’s van de andere kant van Vlaanderen naar Gent spoorde om hier beha’s te kopen. Of de ex-collega die samen met zijn vriendin een dagje Gent plande om hier te kunnen langskomen… Al die mensen die zoveel moeite gedaan hebben om mij te steunen. Dat doet zo -ongelooflijk- veel deugd.

⊗5 De dag dat het vakantiegeld van mijn man gestort werd. Dan denk je toch even, ‘Dju, dat was toch een van de betere kanten van het werknemersbestaan’. 

Idem voor de dag dat hij zijn dertiende maand kreeg…

 

Het voorbije jaar heeft heel wat moodswings geteld. Maar mocht ik een jaar geleden geweten hebben wat ik vandaag weet, ik had dit zonder twijfel opnieuw gedaan. Op naar jaar twee!

img_58022Januari, in geen enkele andere maand van het jaar worden zoveel fitnessabonnementen verkocht. In de eerste maand van het jaar geloven we nog massaal in een mooiere, gezondere, en sportievere versie van onszelf. Maar een snelle blik op de lopers langs de Watersportbaan leert al snel dat menig boezem kreunt onder al die sportieve aspiraties.

Volgens recent onderzoek gaan borsten zo’n zeven centimeter op en neer tijdens het lopen. Wanneer borsten te veel bewegen kan er beschadiging aan het weefsel ontstaan, en dat is nefast voor de stevigheid van je boezem. Je mag dan wel een strakkere kont krijgen van al dat lopen, als je borsten elke week wat dichter naar je navel toe kruipen, geeft dat toch ook geen zie-me-gaan-wat-ben-ik-toch-goed-bezig-gevoel.

Dé oplossing: je boezem goed ondersteunen.

Een ‘gewone’ beha volstaat daarvoor niet. Uit onderzoek is immers gebleken dat een gewone beha de schokken tijdens het sporten maar 20 tot 30 procent vermindert. Bovendien is die gewone lingerie niet gemaakt uit ademende materialen, en raakt de stof van jouw mooie lingerie aangetast door je zweet.

Ook twee beha’s volstaan niet ;). Ooit had ik een klant die me opbiechtte dat ze een tijdlang was gaan lopen met twee beha’s over elkaar. Maar ze moest zelf ook toegeven dat dat niet ideaal was…

Een sporttopje kan wel wat steun geven, maar dat geldt dan vooral voor sporten waarin je geen bruuske bewegingen maakt zoals yoga of tai-chi. Voor intensere sporten, zoals lopen, boksen, fitness,… is het superbelangrijk om te investeren in een goede sportbeha, die de schokken tijdens het sporten tot 80 procent kan verminderen.

5521_1627_006_bis12-2016__comp

 

Een goed sportbeha herken je aan:

*Brede en zachte schouderbandjes: Doordat de bandjes wat breder zijn wordt het gewicht van de boezem gelijkmatig verdeeld, en geeft je sportbeha meer steun.

*Een breed rugpand met verschillende rijen haakjes. Hoe breder het rugpand, hoe steviger de beha. Het rugpand moet goed aansluiten, maar je moet er toch nog twee vingers kunnen ondersteken. Anders wordt het oncomfortabel. Vrij kunnen ademen, is behoorlijk essentieel voor een sporter.

*Een goede sportbeha is gemaakt uit een ademend materiaal, dat snel droogt en slijtvast is.

*Kies een sportbeha met platte naden. Er mogen geen naden aan de binnenkant van de cups lopen, en zeker niet ter hoogte van de tepels. Het laatste dat je wilt terwijl je op een loopband staat, is dat de hele fitness merkt dat het kriebelt op een vreemde plaats.

*Jouw sportbeha kan beugels hebben of beugelloos zijn. Dat hangt een beetje af van wat je verkiest. Het Duitse Anita bijvoorbeeld heeft fantastische beugelloze sportbeha’s die licht zijn en toch veel steun geven. Andere verkiezen misschien het volledig ingekapselde gevoel van bijvoorbeeld een Panache mét beugels.

*Zoals bij alle beha’s is het superbelangrijk dat je de juiste maat koopt. Ben je niet zo zeker van je maat? Of is het lang geleden dat je je maat liet opmeten? Dan koop je best je beha in een gespecialiseerde winkel. Dan ben je zeker dat je naar huis gaat met een sportbeha die perfect past.

*Doe zeker de paskottest om te zien of een model voldoende steun geeft voor jou. Spring eens goed in het rond en kijk of alles goed blijft zitten. Beetje vreemd? Geen nood, wij zien hier wel vreemdere dingen 😉

panache

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1Zet een technologie-bolleboos en een creatieve geest samen, en je krijgt speciale vonken. Pieter Coussement is gefascineerd door moderne technieken als lasercutten en 3D-printen, Marijke Heyvaert zet graag haar creatieve kronkels op papier. Samen vormen ze Myxiplyxi: een juwelenmerk met een visie, en een heel herkenbare stijl.

Zo hebben al hun gelasercutte oorbellen de vorm van een langgerekte ruit. ‘We maken die uit HPL (high pressure laminate)’, zegt Pieter. ‘En die HPL moeten we maar zelden aankopen. Meestal vinden wat we nodig hebben in de afvalcontainers van keukenfabrikanten.’

HPL wordt namelijk vooral gebruikt voor de bekleding van keukenkasten. ‘Doordat we met de restjes werken zijn onze juwelen ecologisch verantwoord gemaakt. Bovendien proberen we bij het lasercutten zo weinig mogelijk materiaal te verspillen, vandaar ook de vorm van de ruit. Die kan je ‘proper’ uitsnijden, zonder al te veel afval.’3De ontwerpen van de juwelen komen voort uit de droedels van Marijke Heyvaert. ‘Ik amuseer mij met schetsen op papier. Als ik een mooi ontwerp klaar heb, bekijkt Pieter of we dat ook op de computer kunnen maken.’

Naast de gelasercutte HPL-oorbellen die in zes kleuren te verkrijgen zijn, maken Pieter en Marijke ook oorbellen die ze printen, 3D-geprinte vazen, armbanden uit oude fietsbanden, en een gelasercutte houten clutch.

Tot nog toe waren de juwelen van Myxiplyxi enkel te koop via hun webshop. Maar vanaf deze week liggen ze ook in Eva’s Appel in de Dampoortstraat. Daar zijn ze te bewonderen tijdens een pop-up die duurt tot aan Valentijn.

2

img_5583De feestdagen komen eraan en dat betekent voor veel mensen keuzestress. Niet in het minst voor mannen die hun liefste lingerie cadeau willen doen. Wees gerust, lingerie is een topgeschenk! Maar met de juiste beha thuiskomen, vraagt wel wat voorbereiding. Vandaar, deze tips:

  1. Spiek: Wij willen heel veel moeite doen om jou aan een prachtig cadeau te helpen, maar aan ‘een handje vol’ hebben we niet veel om je vriendin haar maat goed in te schatten. Duik dus eerst eens in haar kleerkast en check de maat die op het ticketje van haar beha staat.
  2. Kijk naar de juiste maat: In lingerie bestaan er verschillende matensystemen: een Franse 85C is bijvoorbeeld veel kleiner dan een Europese 85C. Zelf werken wij bij Eva’s Appel met Europese maten, maar veel winkels hanteren nog het Franse systeem. Kijk dus of er (EU), (FR), of (UK) naast de maat staat en dan ben je zeker.
  3. Nu je toch in haar kleerkast zit: kijk eens naar het type beha’s dat er liggen. Draagt ze vooral voorgevormde beha’s (het woord zegt het zelf: de cups van de beha hebben van zichzelf al vorm), mag er al wat push in zitten, of zijn al haar beha’s niet-voorgevormd?
  4. Smokkel: Als het kan, smokkel dan een beha mee naar de lingeriewinkel. Dat maakt het de verkoopster – en jezelf – veel gemakkelijker. Maar zorg er wel voor dat het om een redelijk recente beha gaat, dan zit haar maat zeker juist.
  5. Vergeet de slip niet. Wil je je liefste een mooi cadeau schenken, ga dan zeker voor een setje! Maar daarvoor moet je wel de maat van haar slip kennen. De ervaring leert ons dat mannen de derrière van hun vrouw vaak slanker inschatten dan ze werkelijk is – wat super lief is! – maar dan loopt hun lief wel met een te kleine onderbroek rond.
  6. Ga voor de gulden middenweg: Jouw vriendin zou het liefst elke dag met een sportbeha rondlopen, terwijl je zelf van romantisch kant houdt? Ok, het is een cadeautje en dat mag iets gewaagder zijn dan anders. Maar haal je vriendin ook niet té ver uit haar comfortzone, want dan bestaat de kans dat jouw cadeau onaangeroerd in de kast blijft liggen.
  7. Ben je absoluut niet zeker over haar maat of stijl, ga dan voor een cadeaubon. Altijd leuk om te krijgen! Dan kunnen jullie samen komen kiezen, en er een romantische uitstap van maken. Double score!

Je wilt je iemand lingerie schenken, maar je hebt geen tijd om naar de winkel te komen? Onze cadeaubons zijn ook online te koop. Klik hier als je een cadeaubon van 50 euro wilt, hier voor die van 100 euro, en hier voor die van 150 euro*. Wij sturen ze mooi ingepakt naar je toe. Fijne Feesten!

(*Wil je graag een ander bedrag stuur dan een mailtje naar info@evasappel.be)

img_5546Toen ik pas was afgestudeerd en op zoek was naar en job als journalist heb ik een paar weken in een Gents huis van vertrouwen gewerkt, waar het personeel wordt behandeld als voetvolk en waar je de bazin nog met mevrouw moet aanspreken.

Alsof dat nog niet erg genoeg was, werkte ik daar toevallig de weken voor kerst. En één van mijn hoofdtaken was het inpakken van kerstcadeaus. Ik, mevrouw tweelinkerhanden Van Pee, moest van ’s ochtends tot ’s avonds kussens van 100 euro ’t stuk en dekbedovertrekken van 350 euro de set (ik overdrijf niet, er zijn écht mensen die dat kopen) omtoveren tot prachtige geschenken.

Ik denk dat het dáár was dat ik voor het eerst iets gevoeld heb dat op een paniekaanval leek. Toen ik opkeek en een rij van wel twintig ongeduldige gezichten naar mijn bibberende handen zag turen, terwijl mevrouw mij toesnauwde dat ik zuiniger moest zijn met het lint ‘want wist ik wel hoeveel dat kostte’?

Na kerst heb ik mevrouw gezegd dat ze haar lint kon steken waar de zon nooit schijnt. Neen, dat heb ik niet. Mevrouw had zelf al besloten dat het ‘niet zo goed klikte tussen ons’. En ik beloofde mezelf dat ik nooit meer cadeautjes hoefde in te pakken in het zicht van een starende rij.

img_5555

 

Tot de mooie dag dat ik besloot om een winkel te beginnen.

Twee weken voor Valentijn.

De eerste keer dat er een indrukwekkende rij van toch wel drie man op mijn vingers stond te kijken terwijl ik een strik rond een cadeaudoos probeerde te draperen, kreeg ik bijna een appelflauwte. En bij het tweede cadeau dat ik meegaf aan een man, besefte ik vijf minuten nadat hij weg was dat het prijsje nog aan de lingerie hing. Auwch!

 

Binnen een maand is het Kerst. Omdat de gedachte alleen al voor een beetje deining in mijn maag zorgt, ben ik al dagen aan het oefenen met strikken, veertjes en stickers. Alle mogelijke vormen heb ik van de mooiste papiertjes voorzien. Want vanaf nu wordt alles anders. Al staat er tien man voor mijn neus, ik blijf stoïcijns de schoonste cadeautjes afleveren. Meet mevrouw Van Pee, the Queen of Pakskes!

Zie hier het resultaat. Geef toe, niet slecht toch?

img_5542

 

 

 

 

dertigAls kind en tiener dacht ik altijd dat 28 de mooiste leeftijd was die je ooit kon hebben. In mijn hoofd was 28 pure vrijheid en blijheid. En je zag er nog goed uit ook! 27 jaar lang keek ik ernaar uit om 28 te zijn.

Tot ik 28 werd. En alles dikke kak bleek.

Vrijheid was er zeker – een paar maanden voor ik 28 werd had mijn lief mij de deur gewezen. Maar de blijheid was ver te zoeken. Ik werkte, en werkte, en ging uit tot een kot in de nacht, om dan efkes te crashen, en weer te gaan werken. En ok, ik zag er 28 uit, en 10 kilo lichter dan nu. Maar aan de binnenkant voelde ik mij een verbitterd, oud madammeke.

29 bracht, met dank aan de liefde, gelukkig weer iets meer plezier in mijn leven.

Maar toen kwam 30. Dé leeftijd waarvoor zoveel mensen vrezen, want ach, écht jeugdig ben je dan toch niet meer. Awel, ze mogen het van mij hebben, die jeugd. Met plezier!

Sinds de dag dat ik dertig werd, voel ik mij bevrijd. En wel om deze schone redenen:

*Fuck you all! Ok, dit klinkt niet meteen als een schone reden, maar ze is het wel. Want, terwijl de twintiger in mij zichzelf constant stond te bekijken door de ogen van een ander, slaagt de dertiger er al veel beter in om te denken ‘het is wat het is, en als het u niet aanstaat, dan is dat brute pech’.

Met andere woorden: stond ik vroeger op een feestje mijn energie te verdoen met mij af te vragen of die dansmoves toch niet te schaamtelijk waren, of mijn gat toch écht niet te dik in deze rok. Dan slaag ik er nu veel beter in om mij te amuseren, zonder dat ik daar eerst voor in een sloot alcohol hoef te springen. Want het leven is NU, en zoveel kans om uit te gaan, krijgt een mens in de dertig toch ook niet meer. Maar daar had ik het hier al eens over.

*Foute vs toffe mannen. Als twintiger durfde ik deze twee categorieën al eens met elkaar te verwarren. Of dacht ik dat de foute wel tof konden worden, mits voldoende aandacht, tijd en liefde van mijnentwege. Fout gedacht dus.

Eenmaal de dertig gepasseerd, staat mijn radar iets beter afgesteld. En hou ik me enkel nog op met fantastisch lieve mannen, allee, met één fantastische lieve man. Ik ben ook kieskeuriger geworden.

*Beter wordt het niet. Als je twintig bent, denk je dat alles kan. Zelfs van een dikke kont een slank, afgetraind exemplaar maken. Ooit, als ik groot en supergemotiveerd ben, en nooit meer goesting heb in frietjes.

Als je dertig bent, weet je dat die ooit niet komt. Want je hebt nu eenmaal geen talent voor honger lijden. Beter nog, je beseft dat het is wat het is. En dat het de komende decennia wellicht ook niet bepaald beter wordt.

Aanvaarding, het maakt het leven zoveel gemakkelijker.

*Je hebt dingen te dóen. Toen ik in de twintig was kon ik op mijn gemak hele dagen verprutsen door na te denken. Over mijn lief, over mijn ex-lief, over het lief in wording, over wat ik ooit eens met mijn leven zou aanvangen, de staat van de wereld, de Belgische politiek (begot), …

Nu zou ik gerust nog op mijn gemak dagen kunnen verprutsen, maar ik heb er de tijd niet voor. Ik heb dingen te doen. Zoals een kind opvoeden, een zaak runnen, een aimabele verloofde spelen, af en toe een poot uitsteken in het huishouden,… Ik ben duust keer productiever in mijn dertiger jaren dan als twintiger. En dat maakt mij gelukkiger, want van piekeren word ik toch alleen maar zwartgallig.

*Relativeren, kan je dus echt leren Als twintiger heb ik zeeën bij elkaar gebleit. Nu vind ik een ruzie met mijn liefste nog altijd niet van het tofste dat er is. Maar als je eenmaal wat dingen hebt meegemaakt – als een kind baren, een mens zien sterven, een eigen zaak beginnen, …-dan is een ruzie toch ook maar een meningsverschil tussen twee mensen. (proest het uit). En je weet dat je die kan goedmaken.

Dus de volgende keer dat je met een mengeling van jaloezie en heimwee zit te staren naar het perzikzachte gelaat van een jongmens in de twintig, bedenk dan dat het er daar vanbinnen wellicht iets minder rimpelloos aan toe gaat. En heb mededogen! (wink, wink)

 

foto-behaEen goeie beha kost wat geld, maar gaat veel langer mee dan ‘wegwerp’-lingerie uit goedkope ketens. Met deze tips geniet je nóg langer van je favoriete lingerie!

Dragen

1* Draag je beha maximum vier dagen op rij. Langer is niet zo hygiënisch, en jouw transpiratie tast de elastische stof van je beha aan. Daardoor zullen de bandjes en het rugpand van je beha uitrekken.

2* Zorg dat je zeker vier à vijf kwaliteitsvolle en perfect passende beha’s in je schuif hebt liggen. Zo kan je voldoende afwisselen en heb je veel langer plezier van je lingerie.

 

Wassen

3* Lingerie was je bij voorkeur met de hand. Zeker als je van kanten lingerie houdt, is handwas de beste optie.

4* Gebruik bij je handwas niet te veel zeep, en het water waarin je je setjes wast mag warm zijn, maar niet heet.

5* Vind je echt geen tijd of zin om je beha’s met de hand te wassen, steek ze dan in de wasmachine op een wolprogramma. 30 graden is echt de maximumtemperatuur voor lingerie.

6* Steek je lingerie ALTIJD in een waszakje in de wasmachine. Dat voorkomt dat je lingerie verstrikt raakt tussen je ander wasgoed, en je ondergoed beschadigd wordt door knopen, ritsen,…,van je andere kledingstukken.

7* Sluit steeds de haakjes van je beha voor je hem in de was steekt. Zo voorkom je dat je haakjes blijven hangen in het kant van je beha, waardoor je gaten krijgt.

handwas

Drogen

8* Druk na de handwas het water uit je lingerie, maar wring niet!

9* Leg je lingerie plat op een rek te drogen, zodat je ondergoed niet kan uitrekken.

10* Steek je lingerie NOOIT in de droogkast. Dat is om miserie vragen.

Volg deze tips, en je lingerie al je dankbaar zijn!

 

Draag jij de juiste beha? Doe de test.

Benieuwd naar de meest gemaakte lingerieblunders? Ontdek ze hier.

draaimolen1. Ochtendhumeur? Welk ochtendhumeur?

Als we met de ladies op weekend gaan, leggen ze mij in een aparte slaapkamer samen met de vriendin, die – net als ik – geen ochtendlicht kan verdragen. Ze doen dat uit schrik dat ze ons per ongeluk zouden wakker maken, en een verschrikkelijke vloek over zichzelf uitspreken.

Ik ben namelijk geboren met een kanjer van een ochtendhumeur. Het is iets genetisch. Bij ons thuis werd er ’s ochtends niet veel gezegd – en we waren nochtans met veel -, er werd gezwegen of gesneerd.

Maar sinds ik een kind heb is van het grote chagrijn geen spoor meer. Niet dat ik spontaan een dansje doe wanneer de wekker afloopt. Maar ik ben aanspreekbaar. En ik slaag er zelfs in om dingen te doen binnen de tien minuten dat ik wakker ben, zoals de tafel dekken of een pamper verversen. Hoezee!

2. Tijd voor mezelf is onbetaalbaar

Voor de mensen die (nog) geen kind hebben: als je graag een kind wil, steek dan nu wattekes in uw oren. (voila, ik heb u gewaarschuwd) Vanaf het moment dat je een kind hebt dat zichzelf kan voortbewegen is het GEDAAN met jouw vrijheid en privacy. Zelfs op het toilet weten ze je te vinden. Want oh, het is zo de max  om het toiletpapier te stelen als je ma op de pot zit. Of om duizend keer het licht aan en uit te doen als ze zich niet kan verroeren. Ook douchen wordt nooit meer dat verkwikkende moment met jezelf. Toen ik gisteren onder de douche stond, besliste mijn zoon om al zijn speelgoed bij mij in bad te keilen. Wijs, als je hoofd net vol shampoo hangt.

Op die momenten besef ik terug hoe hard ik altijd al heb kunnen genieten van tijd voor mezelf. En nu ik een kind heb, kan ik dat nog veel harder. Al is het maar een cappuccino drinken met een krant erbij. Het is zaaaaaalig. En ooit komen er weer meer zo’n momenten. (spreekt zichzelf moed in)

3. Multitasken zal nooit een talent worden

Bij ons thuis doe ik de ochtendshift. En dat is een lol, aangezien ik de chaos in levende lijve ben. Tussen opstaan en naar de onthaalmoeder vertrekken zit minstens anderhalf uur, en toch slaag ik erin om er een rush van te maken. Als een kieken zonder kop loop ik van de living, naar de keuken, naar de badkamer, en terug. Om overal iets op te rapen, mijn kind half aan te kleden, een slok thee te drinken, een kleedje te strijken… (ja, ik strijk praktisch elke dag. Allee, praktisch is hier misschien niet het juiste woord :)) Het is soms zo erg dat mijn zoon van twintig maanden mij aankijkt met een blik van moeder, gaat het een beetje gaan, ja. Hij heeft gelijk, maar hij zal er het er toch mee moeten doen.

4. Mollige wangetjes zijn het lekkerste dat er is

Voor ik een kind had, had ik niet zoveel met kinderen. En dat is nog behoorlijk zacht uitgedrukt. Ik vond de meeste kinderen maar een beetje in de weg lopen, en ik wist ook nooit goed hoe me tegenover hen te gedragen. De speelvogel in mij was al een tijdje gaan vliegen.

Tot dat manneke verscheen, met zijn gouden lokken eerst. Sindsdien moet ik mijn best doen om hem niet op te eten. Want was is er nu leuker dan je tanden te zetten in je kind? Die wangetjes, die mollige handjes, die billetjes. Aaaaahhhh. En terwijl maar liedjes zingen, en onnozele rijmpjes maken. Soms denk ik, god, zie mij bezig. Ik ben seniel aan het worden! Maar langs de andere kant: nu vindt mijn kind het nog normaal dat ik in zijn wangen bijt, terwijl hij het binnen tien jaar wellicht al schaamlijk vindt als ik hem een kus geef in het zicht van de schoolpoort. Vollenbak profiteren dus!

5. Relativeren kan je leren

Soms vind ik het jammer dat ik nog geen kind had toen ik reporter voor de krant was. Het zou mij geholpen hebben om de dingen wat meer in perspectief te plaatsen. Er is een periode geweest waarin ik alleen werkte, uitging, en sliep.  Dat was een behoorlijk eenzame en slopende tijd, en mijn werk was té belangrijk voor mij. Daardoor kwam elk puntje van kritiek op mij over als een sloophamer.

Had ik toen geweten wat ik nu weet, dan was de waan van de dag gewoon de waan van de dag geweest, en niet iets waar mijn leven van afhing.

Ik wil hier niet beweren dat je een kind nodig hebt om betekenis aan je leven te geven, absoluut niet. Maar mij heeft het enorm geholpen om sterker geworteld te zijn, en een thuis te hebben waar het gezellig thuiskomen is. Het heeft mij duizend keer sterker gemaakt. En de smile van dat klein manneke als ik thuis kom, dat doet elke avond zóveel deugd dat al de rest even naar de achtergrond verdwijnt.